Header OverviewPage
Kennisbank - Fiscaal advies

Wetswijziging overdrachtsbelasting 2025 werkt niet terug naar verkrijging in 2021

Heb je vóór 1 januari 2025 het economisch eigendom van een woning verkregen? Dan kun je niet automatisch profiteren van de wetswijziging die per 1 januari 2025 is ingegaan. Dat blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Den Haag over een woning die in 2021 werd verkregen.

De rechtbank oordeelt dat voor die verkrijging het algemene tarief van destijds 8% geldt en niet het verlaagde tarief van 2%.

Case
Economisch eigendom overgedragen aan zoon

In deze zaak dragen ouders op 14 december 2021 het economisch eigendom van een woning over aan hun zoon. Hij huurt de woning op dat moment al van zijn ouders en gaat voor de verkrijging een hypothecaire lening bij hen aan. Voor de overdracht voldoet hij € 10.060 aan overdrachtsbelasting, waarbij hij uitgaat van het verlaagde tarief van 2%.

De inspecteur is echter van mening dat dit tarief niet van toepassing is. Daarom legt hij op 6 oktober 2025 een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van € 30.180. Volgens de inspecteur moest op grond van artikel 14 lid 4 Wet BRV 1970 het algemene tarief van 8% worden toegepast, omdat sprake was van de verkrijging van economisch eigendom. De zoon is het hier niet mee eens en gaat in beroep.

Welk tarief geldt bij de verkrijging?

Rechtbank Den Haag volgt het standpunt van de inspecteur. De rechtbank benadrukt dat overdrachtsbelasting een tijdstipbelasting is. Voor het toepasselijke tarief is daarom bepalend welke regels golden op het moment waarop de verkrijging plaatsvond. In deze situatie is dat 14 december 2021.

Op dat moment sloot artikel 14 lid 4 Wet BRV 1970 toepassing van het verlaagde tarief van 2% bij de verkrijging van economisch eigendom uit. De latere wijziging van deze bepaling maakt dat volgens de rechtbank niet anders.

Geen terugwerkende kracht voor wetswijziging per 2025

Per 1 januari 2025 is de wet gewijzigd, maar aan deze wijziging heeft de wetgever geen terugwerkende kracht toegekend. De nieuwe regels kunnen daardoor niet alsnog worden toegepast op een verkrijging die al in 2021 heeft plaatsgevonden.

Ook de andere argumenten van de zoon brengen daar geen verandering in. Zijn beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Ook een beroep op het lex mitior-beginsel, waarbij een later ingevoerde gunstigere regeling onder bepaalde omstandigheden zou worden toegepast op een eerdere situatie, biedt in deze zaak geen uitkomst. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.

Wat betekent deze uitspraak voor jou?

Heb je te maken met een verkrijging van economisch eigendom uit een eerder jaar? Dan laat deze uitspraak zien hoe belangrijk het is om te kijken naar de wetgeving die op het daadwerkelijke moment van verkrijging gold. Dat de fiscale regels later gunstiger zijn geworden, betekent niet automatisch dat je met terugwerkende kracht van die nieuwe regels kunt profiteren.

Bij overdrachtsbelasting kan de verkrijgingsdatum dus bepalend zijn voor het tarief dat je uiteindelijk moet betalen. Zeker bij oudere vastgoedtransacties is het daarom verstandig om niet alleen naar de huidige Wet BRV te kijken, maar ook naar de wettekst die op het moment van de oorspronkelijke verkrijging van toepassing was.

Ce9408f22f751754feec08e351e9a573
Een vraag voor Wendy Derks - Peters?

Neem contact op met onze expert.

Neem contact op
Gerelateerde artikelen