Header OverviewPage
Kennisbank - Fiscaal advies

Eindejaarsbrief Lonen

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2026 de Miljoenennota 2027 en dus ook het Belastingplan 2027. Deze eindejaarsbrief bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. Deze brief bevat ook wijzigingen die al eerder bekend waren, maar die wel relevant zijn om te melden. 

Case
Vergoedingen en werkkostenregeling
  • Onbelaste reiskostenvergoeding stijgt naar € 0,25  

Als werkgever of ondernemer kun je zakelijke kilometers tot een maximumbedrag onbelast vergoeden of aftrekken. Voor de loonheffingen geldt woon-werkverkeer daarbij als zakelijk verkeer.  

De maximale onbelaste vergoeding stijgt van € 0,23 naar € 0, 25 per kilometer. De staatssecretaris van Financiën keurde deze verhoging al in mei 2026 goed via een beleidsbesluit. De verhoging wordt nu wettelijk vastgelegd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De wijziging kan ook gevolgen hebben voor andere kilometerforfaits.  

Als werkgever krijg je hierdoor meer ruimte om de werkelijke reiskosten van werknemers onbelast te vergoeden. Niet alle werknemers hebben automatisch recht op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de cao, arbeidsovereenkomst en de afspraken binnen de organisatie.

  • Hogere Aof-premie verhoogt werkgeverslasten  

Het kabinet wil een deel van de extra defensie-uitgaven financieren via een zogenoemde vrijheidsbijdrage van burgers en bedrijven. Voor werkgevers wordt deze bijdrage grotendeels verwerkt in een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Hierdoor stijgen je loonkosten. De definitieve premiepercentages staan nog niet vast en worden later bekendgemaakt.

Let op! Houd in je personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten. Pas de loonkostenberekening aan zodra de definitieve Aof-premiepercentages bekend zijn

  • Minder ruimte binnen de werkkostenregeling  

Via de werkkostenregeling kun je als werkgever vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsloon. Gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Overschrijd je de vrije ruimte? Dan betaal je 80% eindheffing. Vanaf 1 januari 2027 bedraagt de vrije ruimte 2,16% over de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,18% over het bedrag daarboven.  

Vanaf diezelfde datum vervalt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Geef je als werkgever je werknemers korting op producten van je eigen bedrijf? Dan moet je deze korting vanaf 2027 onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling

Let op! Hierdoor overschrijd je de vrije ruimte mogelijk eerder en betaal je sneller de 80% eindheffing. 

  • Afschaffing vrijstelling branche eigen producten

In beginsel behoren alle vergoedingen en verstrekkingen van een werkgever aan een werknemer tot het belaste loon. Dergelijke vergoedingen en verstrekkingen zijn echter onbelast als de werkgever deze onder kan brengen in de vrije ruimte of onder een gerichte vrijstelling (werkkostenregeling). Per 2027 wordt de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten afgeschaft. Na afschaffing kan een korting nog steeds onbelast worden verstrekt via de vrije ruimte.  

De afschaffing betekent overigens niet dat het begrip “branche-eigen producten” volledig verdwijnt. De bestaande waarderingsregel voor branche-eigen producten blijft bestaan, waardoor het voordeel nog steeds moet worden vastgesteld op basis van de waarde in het economische verkeer. Ook blijft de regeling in stand op grond waarvan personeelskortingen aan oud-werknemers verplicht als eindheffingsloon worden aangewezen.  

Bestaande regelingen waarbij branche-eigen producten met korting worden verstrekt aan werknemers, zullen in het licht van de voorgestelde wijzigingen (opnieuw) moeten worden beoordeeld. 

Internationale werknemers of expats
  • Expatregeling: onbelaste vergoeding daalt naar 27%  

Met de expatregeling kun je bepaalde werknemers die uit het buitenland komen een onbelaste vergoeding geven voor extra kosten die samenhangen met werken in Nederland. De regeling geldt niet automatisch voor iedere grensarbeider.  

Vanaf 2027 daalt de onbelaste vergoeding naar 27%. Ook gaan hogere salarisnormen gelden. Naar verwachting bedraagt de reguliere salariseis € 50.436.  

Door de verlaging naar 27% wordt een kleiner deel van het loon onbelast. Voor nieuwe werknemers kan het door de hogere salarisnormen lastiger worden om voor de regeling in aanmerking te komen. Voor bestaande werknemers kan overgangsrecht gelden. Hierdoor kunnen binnen je organisatie verschillende regimes naast elkaar bestaan.

  • Einde overgangsrecht partiële buitenlandse belastingplicht

Belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de expatregeling konden er tot en met 2024 voor kiezen om als buitenlandse belastingplichtigen te worden behandeld voor Box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) en Box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) gedurende de looptijd van de expatregeling. Dit betekent dat zij in principe geen Nederlandse belasting hoefden te betalen over inkomen van buiten Nederland. Dit staat bekend als 'partiële buitenlandse belastingplicht'.  

De keuze voor deze partiële buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 afgeschaft. Afhankelijk van de ingangsdatum en einddatum van de expatregeling, konden bepaalde werknemers nog tot en met 2026 gebruik maken van overgangsrecht om de partiële buitenlandse belastingplicht toe te passen. Vanaf 1 januari 2027 is deze keuze echter niet meer beschikbaar. 

De wijzigingen in de expatregeling (30%-regeling) zijn afhankelijk van het moment waarop de regeling voor het eerst in de loonadministratie is toegepast.  

Voor werknemers op wie de expatregeling voor het eerst is toegepast in 2023, blijft de partiële buitenlandse belastingplicht van toepassing tot en met 2026. Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze faciliteit.

Voor werknemers op wie de expatregeling voor het eerst is toegepast in 2024, vervalt de partiële buitenlandse belastingplicht reeds per 1 januari 2025. Daarnaast wordt voor deze groep de maximale onbelaste vergoeding vanaf 1 januari 2027 verlaagd van 30% naar 27%.

Voor werknemers op wie de expatregeling voor het eerst is toegepast in 2025, vervalt de partiële buitenlandse belastingplicht eveneens per 1 januari 2025. Ook geldt vanaf 1 januari 2027 een verlaging van de maximale onbelaste vergoeding van 30% naar 27%. Daarnaast wordt voor deze groep vanaf 2027 het aangescherpte salariscriterium van toepassing. 

Auto van de zaak
  • Nieuwe werkgeversheffing voor fossiele auto’s  

Vanaf 1 januari 2027 krijg je als werkgever te maken met een aparte heffing voor fossiele personenauto’s die werknemers ook privé mogen gebruiken. Deze heffing komt boven op de bijtelling voor de werknemer.  

Als werkgever betaal je straks een extra heffing van 12% van de cataloguswaarde van een fossiele personenauto die een werknemer ook privé mag gebruiken. Voor personenauto’s die al ter beschikking zijn gesteld, voorziet het voorstel in overgangsrecht tot en met 31 december 2030.  

Het Belastingplan 2027 bevat verschillende uitzonderingen. Zo geldt een uitzondering voor vervangende auto’s tijdens onderhoud, reparatie, bandenwissel of schadeherstel. Deze uitzondering geldt maximaal 14 kalenderdagen per onderhouds- of reparatieperiode.  

Daarnaast geldt tot en met 31 december 2030 één tijdelijke uitzondering per kalenderjaar voor maximaal zeven aaneengesloten dagen. Deze uitzondering geldt voor een fossiele huur- of deelauto die ook privé ter beschikking staat. Rijscholen hoeven bovendien geen pseudo-eindheffing te betalen voor handgeschakelde lesauto’s.  

De werkgeversheffing komt naast de bijtelling van de werknemer. Deze kun je niet op de werknemer verhalen. Fossiele leaseauto’s kunnen daardoor fors duurder uitvallen, vooral bij auto’s met een hoge cataloguswaarde.

Tip! Breng per auto de cataloguswaarde en de datum van eerste terbeschikkingstelling in kaart. Beoordeel vervolgens of en hoe je het wagenpark wil aanpassen.

  • Bijtellingspercentage auto's van de zaak

Voor volledig elektrische auto’s blijft in 2027 het verlaagde bijtellingspercentage van 20% gelden voor de cataloguswaarde tot € 30.000; over het meerdere geldt het reguliere percentage. Per 2028 vervalt deze korting, waardoor voor alle auto’s van de zaak hetzelfde bijtellingspercentage gaat gelden.

Het fiscale voordeel voor volledig elektrische auto's is de afgelopen jaren stapsgewijs afgebouwd. Tot en met 2024 gold een verlaagd bijtellingspercentage van 16% over een deel van de cataloguswaarde, waarbij voor het meerdere het algemene bijtellingspercentage van 22% van toepassing was. In 2025 stijgt het verlaagde percentage naar 17% en in 2026 naar 18%, terwijl de maximale cataloguswaarde waarop dit lagere percentage mag worden toegepast € 30.000 bedraagt.

Vanaf 2027 wordt het verschil tussen elektrische en niet-elektrische auto's verder verkleind. Voor elektrische auto's geldt dan een bijtellingspercentage van 20%, gelijk aan het percentage dat ook van toepassing is op het deel van de cataloguswaarde boven de drempel. Vanaf 2028 vervalt het verlaagde tarief volledig en geldt voor elektrische auto's hetzelfde algemene bijtellingspercentage van 22% als voor andere personenauto's.

  • Youngtimerregeling: leeftijdsgrens gaat omhoog  

Bij de youngtimerregeling wordt de bijtelling berekend over de waarde in het economisch verkeer in plaats van over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Het Belastingplan 2027 stelt voor om de leeftijdsgrens van de regeling stapsgewijs te verhogen. Per 1 januari 2027 stijgt deze van 16 naar 17 jaar. Vanaf 1 januari 2028 geldt een leeftijdsgrens van 20 jaar. Daarmee vervalt het eerdere plan om de leeftijdsgrens per 2027 direct te verhogen naar 25 jaar; de leeftijdsgrens vanaf 2028 blijft 20 jaar.  

Voor bepaalde auto’s geldt overgangsrecht. Stond een auto uiterlijk op 31 december 2025 ter beschikking en bereikt deze in 2027 de leeftijd van 17 jaar? Dan mag je de youngtimerregeling heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar. 

Personeel aantrekken en belonen
  • Nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Voor innovatieve start-ups en scale-ups kan het lastig zijn om goede medewerkers aan te trekken en vast te houden. Een nieuwe regeling moet medewerkersparticipatie via aandelenopties fiscaal aantrekkelijker maken. Werknemers die via opties aandelen in hun werkgever kopen, werden voorheen belast over het volledige voordeel. Dit voordeel is het verschil tussen de inleg en de verkoopopbrengst.

Onder de nieuwe regeling blijft 35% van dit voordeel belastingvrij. Daarnaast betaalt de werknemer pas belasting op het moment dat de aandelen worden verkocht. Tussen de toekenning van de aandelenopties en de verkoop van de verkregen aandelen uit de aandelenopties moet minimaal twee jaar zitten. Bij een beursgang of verkoop van de onderneming geldt een uitzondering en mag verkoop wel binnen twee jaar plaatsvinden.

Je onderneming heeft hiervoor wel een beschikking van RVO nodig. Daaruit moet blijken dat sprake is van een innovatie start-up of scale-up met een schaalbaar bedrijfsmodel. Dit betekent dat de omzet sterk kan groeien, zonder dat de personeelskosten en andere kosten even hard hoeven mee te groeien.

Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kun je de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar.

Daarnaast gelden enkele administratieve voorwaarden. Zo moet je goedkeuring geven voor de verkoop en administreren wat de status is van alle verleende opties.

Deze regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. Aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk ook gebruikmaken van de regeling. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan.

Maakt je onderneming gebruik van de start-up-regeling? Dan krijg je te maken met een nieuwe meldplicht bij RVO. Voldoet je onderneming niet langer aan de voorwaarden voor een start-up of scale-up of gaat zij failliet? Dan moet je dit binnen vier weken bij RVO melden.

Als je niet aan deze verplichting voldoet, kan volgens de toelichting een bestuurlijke boete volgen die kan oplopen tot € 103.000. Ook kan RVO de beschikking intrekken, waardoor de fiscale voordelen voor werknemersopties verloren kunnen gaan.

  • Vast uurloon S&O-afdrachtvermindering stijgt  

Doe je als werkgever aan speur- en ontwikkelingswerk? Dan kun je daarvoor een beschikking aanvragen bij RVO. Daarmee kun je minder loonheffing afdragen. De hoogte daarvan hangt onder meer af van het aantal gewerkte uren en het gemiddelde uurloon van de betrokken werknemers.  

Heb je in de afgelopen twee jaar geen S&O-beschikking aangevraagd? Dan geldt een vast uurloon voor de berekening. Dit uurloon stijgt per 1 januari 2027 van € 29 naar € 33. Deze verhoging kan leiden tot een hogere tegemoetkoming voor werkgevers die met dit vaste uurloon rekenen.  

De grens van € 391.020 voor de eerste schijf en de bijbehorende percentages veranderen in 2027 niet. 

Flexibele arbeid en arbeidsrelaties
  • Nieuwe toelatingsplicht bij het uitlenen van personeel  

Vanaf 1 januari 2027 geldt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Deze wet introduceert een verplicht toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, detacheerders en andere ondernemingen die personeel uitlenen. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) verleent de toelating of ontheffing. 

Het jaar 2027 geldt als overgangsjaar. Inleners kunnen vanaf 1 juli 2027 in het openbare register van de NAU controleren of een uitlener is toegelaten, ontheffing heeft of nog onder de overgangsregeling valt.  

Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten wel tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met de handhaving. Voor die tijd moeten uitleners de benodigde stappen zetten om een toelating of ontheffing te krijgen. Huur je als werkgever personeel in van een uitlener zonder toelating? Dan kan zowel de uitlener als jij vanaf 2028 een forse boete krijgen.

  • Ontwikkelingen ZZP-dossier

Het kabinet heeft het verduidelijkingsgedeelte van het wetsvoorstel VBAR inmiddels ingetrokken. Dit onderdeel moest meer duidelijkheid bieden over de beoordeling van arbeidsrelaties. Voorlopig blijft de beoordeling daarom plaatsvinden aan de hand van de bestaande wetgeving en rechtspraak. De Belastingdienst blijft daarbij handhaven op schijnzelfstandigheid.

Het voorgestelde civielrechtelijke rechtsvermoeden bij een uurtarief van maximaal € 38 wordt wel afzonderlijk voortgezet. Als een werkende zich hierop beroept, moet de opdrachtgever aannemelijk maken dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het rechtsvermoeden geldt niet rechtstreeks voor de loonheffingen en het tarief vormt geen minimumtarief voor zelfstandigen.

Daarnaast werkt het kabinet aan een Zelfstandigenwet, die het toekomstige beoordelingskader voor arbeidsrelaties moet gaan bevatten. De precieze inhoud en het moment van inwerkingtreding staan nog niet vast. In de Kamerbrief van 10 september 2026 is door minister Aartsen aangegeven dat hij streeft naar behandeling in de Tweede en Eerste kamer in 2027, zodat het wetsvoorstel op 1 januari 2028 in werking kan treden. Eind september 2026 zou het conceptwetsvoorstel gepubliceerd moeten worden.

Ook het fiscale voordeel voor zelfstandigen wordt verder afgebouwd. De zelfstandigenaftrek in de inkomstenbelasting wordt verder verlaagd van € 1.200 naar € 900, de startersaftrek gaat in 2027 omlaag van € 2.123 naar € 10 en wordt vanaf 1 januari 2028 volledig afgeschaft. De meewerkaftrek en de stakingsaftrek worden met 75% versoberd. Daarnaast onderzoekt het kabinet de aanpak van samenwerkingsverbanden tussen een ondernemer en zijn eigen B.V. 

C0c6de2c40154d10417e4db5985ba358
Een vraag voor Lindy van de Kerkhof?

Neem contact op met onze expert.

Neem contact op
Gerelateerde artikelen