Header OverviewPage
Kennisbank

12% pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een nieuwe fiscale maatregel voor fossiele personenauto’s van de zaak: de 12% pseudo-eindheffing. De heffing is al in de wet opgenomen. Op Prinsjesdag 2026 zijn daarnaast enkele aanpassingen voorgesteld.

Stel je als werkgever een personenauto met CO2-uitstoot ter beschikking aan een werknemer die deze auto ook privé gebruikt? Dan kan de pseudo-eindheffing gevolgen voor je hebben. De regeling kan ook van toepassing zijn op een bv die een auto ter beschikking stelt aan een dga.

We zetten de belangrijkste aandachtspunten en uitzonderingen voor je op een rij.

Case
Wat is de 12% pseudo-eindheffing?

Stel je vanaf 2027 een personenauto ter beschikking aan een werknemer, dan moet je onder voorwaarden 12% pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde van de auto betalen. Het gaat daarbij om de cataloguswaarde inclusief btw en bpm.

De pseudo-eindheffing is van toepassing als:

  • je een personenauto ter beschikking stelt aan een werknemer;
  • de werknemer de auto ook privé gebruikt; én
  • de personenauto een CO2-uitstoot heeft die groter is dan nul.

Let op! De pseudo-eindheffing geldt voor een volledige kalendermaand. Stel je een fossiele personenauto slechts één of enkele dagen in een kalendermaand ter beschikking, dan kan de heffing dus toch over die hele maand gelden.

Welke auto’s vallen niet onder de pseudo-eindheffing?

De regeling geldt niet voor alle auto's. Allereerst moet sprake zijn van een personenauto.

Onder personenauto’s vallen voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die op grond van de Europese regelgeving als zodanig kwalificeren.

Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen dat is ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen inclusief de bestuurdersstoel. Onder meer kampeerauto’s, bepaalde personenbusjes voor zorgvervoer en lijkwagens kunnen hieronder vallen.

Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen daarom niet onder de pseudo-eindheffing. Stel je een bestelauto ter beschikking, dan krijg je dus niet met deze heffing te maken. Ook niet als de bestelauto CO2 uitstoot en de werknemer deze privé gebruikt.

Geen heffing voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot

Ook personenauto’s zonder CO2-uitstoot vallen buiten de pseudo-eindheffing.

Een werknemer kan dus bijvoorbeeld een volledig elektrische of waterstofauto privé gebruiken zonder dat jij als werkgever vanwege dat privégebruik de 12% pseudo-eindheffing verschuldigd bent.

Alleen zakelijk gebruik: geen pseudo-eindheffing

Stoot een personenauto wel CO2 uit, maar gebruikt je werknemer de auto uitsluitend zakelijk? Ook dan is de pseudo-eindheffing niet van toepassing.

Hierbij is wel een belangrijk verschil met de reguliere bijtelling. Voor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer namelijk als privégebruik aangemerkt. Hierdoor zal het in de praktijk minder snel voorkomen dat een werknemer de auto uitsluitend zakelijk gebruikt.

Er geldt daarnaast een uitzondering bij incidenteel privégebruik als gevolg van overmacht of bijzondere omstandigheden. Als werkgever moet je dan wel aannemelijk kunnen maken dat daarvan daadwerkelijk sprake is.

Uitzonderingen voor vervangende auto’s, kort gebruik en lesauto’s

Op Prinsjesdag 2026 is een aantal aanvullende uitzonderingen voorgesteld. Als de Tweede en Eerste Kamer hiermee instemmen, geldt de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari 2027 ook niet in de volgende situaties:

  • Tijdelijke vervanging: bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto wegens schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel geldt de pseudo-eindheffing maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen niet voor de vervangende auto.
  • Maximaal zeven dagen: bij het ter beschikking stellen van een fossiele personenauto gedurende één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2031.
  • Handgeschakelde lesauto’s: deze worden uitgezonderd van de pseudo-eindheffing.
Overgangsrecht tot en met 31 december 2030

Voor personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Deze auto's krijgen dus niet direct op 1 januari 2027 met de pseudo-eindheffing te maken.

De overgangsregeling zou oorspronkelijk tot 17 september 2030 lopen. Op Prinsjesdag 2026 is voorgesteld om deze termijn te verlengen tot 1 januari 2031. Vanaf die datum kan de werkgever ook voor deze personenauto’s met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.

Let op! Het overgangsrecht is gekoppeld aan de personenauto. Stel je dezelfde auto na 1 januari 2027 aan een andere werknemer ter beschikking, dan kan het overgangsrecht dus behouden blijven.

Wisseling van werkgever en het overgangsrecht

Neemt een werknemer de personenauto na 1 januari 2027 mee naar een andere werkgever, dan vervalt het overgangsrecht. De auto wordt dan namelijk door een andere werkgever, met een ander loonheffingennummer, ter beschikking gesteld.

Bij bepaalde fusies en overnames ligt dit anders. Treedt de nieuwe werkgever in de plaats van de oude werkgever, dan blijft het overgangsrecht van toepassing. Volgens de toelichting is hiervoor geen aparte wettelijke aanpassing nodig.

Hoe bereken je de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.

Anders dan bij de bijtelling voor de auto van de zaak, wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met een eventuele eigen bijdrage van de werknemer.

Let op! Is de personenauto ouder dan 25 jaar? Dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economische verkeer van de auto.

Hoe verwerk je de heffing in de aangifte loonbelasting?

Je berekent de pseudo-eindheffing maandelijks. Je kunt er echter voor kiezen de betaling van de eindheffing uit te stellen tot uiterlijk de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar.

Voor de pseudo-eindheffing over 2027 kun je de betaling dan dus uitstellen tot de tweede loonaangifte van 2028.

Pseudo-eindheffing én bijtelling

De pseudo-eindheffing komt volledig voor rekening van de werkgever. Je mag deze niet verhalen op de werknemer.

Tegelijkertijd blijft de bestaande bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak bestaan. De pseudo-eindheffing vervangt de bijtelling dus niet.

Daarbij gelden voor beide regelingen andere criteria. Een werknemer die op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt en daardoor geen bijtelling heeft, kan tóch onder de pseudo-eindheffing vallen. Voor de pseudo-eindheffing kan namelijk al vanaf één privékilometer sprake zijn van privégebruik.

Daarnaast wordt woon-werkverkeer voor de reguliere bijtelling als zakelijk verkeer beschouwd, terwijl het voor de pseudo-eindheffing juist als privégebruik geldt.

Geldt de pseudo-eindheffing ook voor een dga?

Ja, dat kan. De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Stelt een bv een fossiele personenauto ter beschikking aan een dga en wordt aan de overige voorwaarden voldaan? Dan kan de bv ook met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.

Voor een IB-ondernemer ligt dit anders. Een ondernemer met een eenmanszaak of een ondernemer in een vof krijgt voor zijn eigen auto niet met de pseudo-eindheffing te maken. Voor personenauto’s die aan werknemers ter beschikking worden gesteld, kan de regeling uiteraard wel relevant zijn.

Gerelateerde artikelen