Top 10 | Belastingplannen 2027
Welke fiscale plannen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag 2026 uit het koffertje van minister Heinen van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste wijzigingen op een rij.
Let op! Niet alle punten die hieronder worden genoemd, komen uit het Belastingplan 2027. Enkele wijzigingen waren al eerder besloten, maar daar zijn aanpassingen op gedaan.
1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers
Vanaf 2027 worden verschillende fiscale regelingen voor ondernemers verder versoberd.
De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027. Hierdoor stijgt de belastbare winst voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium.
Ook de startersaftrek wordt aanzienlijk verlaagd. Deze verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers daalt per 1 januari 2027 van € 2.123 naar € 10 en wordt vanaf 1 januari 2028 volledig afgeschaft.
Daarnaast blijft de startersaftrek voor ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering nog bestaan in 2027 en 2028. Deze regeling vervalt echter per 1 januari 2029. De huidige maximumbedragen bedragen € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar.
Deze regeling geldt voor ondernemers die niet voldoen aan het reguliere urencriterium van 1.225 uur, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Verder worden ook andere ondernemersfaciliteiten beperkt:
- De stakingsaftrek daalt van maximaal € 3.630 naar € 908.
- De percentages van de meewerkaftrek worden verlaagd van 1,25%, 2%, 3% en 4% naar respectievelijk 0,32%, 0,5%, 0,75% en 1%.
- De stakingsaftrek en meewerkaftrek vervallen vanaf 1 januari 2030.
- De willekeurige afschrijving voor starters wordt per 1 januari 2028 afgeschaft.
Met name startende ondernemers, ondernemers die hun onderneming binnen enkele jaren willen beëindigen en ondernemers met een meewerkende partner krijgen te maken met deze wijzigingen. Daardoor kan het verstandig zijn opnieuw te beoordelen welke rechtsvorm het beste past bij de onderneming.
Let op! Grotere veranderingen in winst, samenwerking of bedrijfsopvolging kunnen aanleiding zijn om opnieuw te bekijken welke rechtsvorm het meest passend is.
Tip! Door een hoger verzamelinkomen kunnen ook toeslagen wijzigen. Controleer daarom tijdig het geschatte inkomen voor 2027 en 2028.
2. Meer ruimte voor reiskosten, maar versobering van de WKR
Werkgevers mogen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 een onbelaste kilometervergoeding van maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer geven. Dat was voorheen € 0,23. De verhoging geldt ook voor woon-werkverkeer.
Dit betekent overigens niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van arbeidsovereenkomsten, cao-afspraken en het mobiliteitsbeleid van de werkgever.
Tegenover deze verruiming staat een versobering van de werkkostenregeling (WKR). De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers konden werknemers hierdoor onbelast maximaal 20% personeelskorting geven over de waarde van het product in het economisch verkeer, tot een maximum van € 500 per jaar.
Vanaf 2027 verdwijnt deze vrijstelling. Personeelskortingen kunnen nog wel worden aangewezen als eindheffingsloon binnen de vrije ruimte.
Daarnaast stijgt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%.
Tip! Controleer tijdig of aanpassingen in het personeelshandboek, declaratiebeleid en de salarisadministratie nodig zijn.
3. Fossiel rijden duurder, youngtimergrens naar 20 jaar
Werkgevers die vanaf 2027 een personenauto met uitstoot ook voor privégebruik beschikbaar stellen aan werknemers krijgen te maken met een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde.
Er zijn daarbij enkele uitzonderingen:
- Vervangend vervoer tijdens de eerste veertien dagen van onderhoud of reparatie.
- Handgeschakelde lesauto's.
- Fossiele auto's die maximaal één keer per kalenderjaar en maximaal zeven aaneengesloten dagen voor privédoeleinden beschikbaar worden gesteld.
- Overgangsrecht voor auto's die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, dat geldt tot en met 31 december 2030.
Ook de youngtimerregeling wordt aangepast. De leeftijdsgrens stijgt:
- Van 16 naar 17 jaar in 2027.
- Naar 20 jaar vanaf 2028.
De eerder aangekondigde verhoging naar 25 jaar gaat daarmee niet door.
Tip! Breng vooraf de totale werkgeverskosten, werknemersbijtelling en fiscale overgangsregelingen in kaart voordat nieuwe leasebeslissingen worden genomen.
4. Minder inflatiecorrectie verhoogt belastingdruk in box 1
Normaal gesproken stijgen belastingschijven en heffingskortingen mee met de inflatie. In 2027 en 2028 wordt die correctie slechts gedeeltelijk toegepast.
Voor 2027 zou de inflatiecorrectie zonder maatregel 2,6% bedragen. Hiervan wordt slechts 48% toegepast. Hierdoor stijgen schijfgrenzen en heffingskortingen minder snel.
Daarnaast stijgen de tarieven in box 1:
- Eerste schijf: van 35,75% naar 36,23%
- Tweede schijf: van 37,56% naar 38,16%.
- Derde schijf: blijft 49,50%.
Per saldo neemt hierdoor de belastingdruk toe.
Let op! Beoordeel loon, dividend en winst altijd in samenhang. Ook de algemene heffingskorting is afhankelijk van het totale verzamelinkomen.
5. Uitstel box 3 zorgt voor onzekerheid
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voorlopig uitgesteld. Het kabinet komt in de Voorjaarsnota 2027 met een nieuw voorstel.
Daardoor lijkt invoering per 1 januari 2028 onzeker. Het kabinet onderzoekt opnieuw of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting.
Voor ondernemers en dga's met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere minder liquide bezittingen kan de uiteindelijke keuze grote gevolgen hebben.
Tip! Wacht niet op nieuwe wetgeving, maar leg jaarlijks het werkelijke rendement per vermogensbestanddeel vast.
6. Meer steun voor innovatie en verduurzaming
Het kabinet maakt verschillende fiscale regelingen aantrekkelijker.
Zo stijgt de energie-investeringsaftrek (EIA) vanaf 2027 van 40% naar 45,5%. Daardoor kunnen ondernemers een groter deel van hun investering extra aftrekken van de winst.
Ook de WBSO wordt verruimd. Het forfaitaire uurloon stijgt van € 29 naar € 33.
Daarnaast wordt de innovatiebox aantrekkelijker. Het maximale forfaitaire bedrag stijgt van € 25.000 naar € 100.000 per jaar, terwijl het maximum van 25% van de winst blijft bestaan.
Tip! Controleer vooraf of je investering op de energielijst staat en dien aanvragen tijdig in bij de RVO.
7. Fiscale stimulans voor startups en scale-ups
Om innovatieve jonge bedrijven te ondersteunen introduceert het kabinet een nieuwe regeling voor aandelenopties van werknemers.
Onder voorwaarden wordt slechts 65% van het voordeel belast als loon. In principe vindt de belastingheffing pas plaats op het moment dat de verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht.
De regeling geldt uitsluitend voor ondernemingen die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als startup of scale-up zijn aangemerkt.
Tip! Onderzoek tijdig of je onderneming in aanmerking komt voor een RVO-beschikking en of werknemersparticipatie aansluit bij jouw groeistrategie.
8. Hogere Aof-premie door vrijheidsbijdrage
Werkgevers gaan meebetalen aan de financiering van de stijgende defensie-uitgaven via een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).
Volgens de huidige raming levert dit in 2027 € 1,5 miljard extra premieopbrengst op. Vanaf 2028 loopt dit op naar € 1,7 miljard per jaar.
De definitieve premiepercentages zijn nog niet bekend.
Tip! Houd in de personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten.
9. Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen daalt naar 7%
Het algemene overdrachtsbelastingtarief voor woningen waarin de koper niet zelf duurzaam gaat wonen daalt per 1 januari 2027 van 8% naar 7%.
Het tarief van 2% voor eigen bewoning en de startersvrijstelling blijven ongewijzigd.
Bij gemengde objecten, projectontwikkeling en transformaties blijft de vraag welk deel als woning kwalificeert van belang.
Tip! Beoordeel tijdig welk tarief van toepassing is voordat de koopovereenkomst wordt ondertekend.
10. Aftrek specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028
Per 1 januari 2028 verdwijnt de aftrek voor specifieke zorgkosten in de inkomstenbelasting. Hieronder vallen onder meer bepaalde niet-vergoede kosten voor geneesmiddelen, hulpmiddelen, vervoer, dieetkosten en extra gezinshulp.
Ook de regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) wordt afgeschaft.
Voor mensen met een chronische ziekte werkt het kabinet aan een gerichte compensatieregeling. Overgangsrecht is op dit moment niet voorzien.
Tip! Breng tijdig in kaart welke zorgkosten momenteel aftrekbaar zijn en welk belastingvoordeel hierdoor mogelijk wegvalt.
Neem contact op met onze expert.
Neem contact op