Header OverviewPage
Kennisbank - Agro

Rechtbank: perceel is geen landbouwgrond, maar natuurterrein

Een melkveehouder kreeg na een controle van de NVWA een mestboete van RVO wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor mest. Een van de oorzaken was dat hij een perceel had opgegeven als landbouwgrond, terwijl volgens RVO sprake was van natuurterrein. De melkveehouder stelde beroep in tegen de opgelegde mestboete.

Case
Beheertype N11.01 centraal in de beoordeling

Op het betreffende perceel rustte het beheertype N11.01 ‘Droog schraalgrasland’. Het doel van dit beheertype is dat het grasland voor minimaal 60% bestaat uit lage grassen en kruiden, met een hoog aandeel kortlevende soorten van open en droge grond.

Droge schraallanden worden doorgaans eenmaal per jaar gemaaid en (matig) extensief begraasd. Daarbij vindt geen of slechts beperkte bemesting met stalmest plaats.

Tijdens een controle constateerde een toezichthouder van de NVWA dat op het perceel sprake was van ruigte, struiken en hoogteverschillen.

Geen schriftelijke afspraken over landbouwkundig gebruik

De melkveehouder voerde aan dat geen sprake was van beperkingen van zijn landbouwactiviteiten, omdat in de mondelinge pachtovereenkomst geen beperkingen waren opgenomen.

De rechtbank volgde dit standpunt niet. Volgens de rechtbank verandert een mondelinge afspraak niets aan de feitelijke situatie op het perceel. Daarnaast hadden de melkveehouder en de verpachter niet schriftelijk vastgelegd dat afgeweken mocht worden van de beperkingen die voortvloeien uit het geldende beheertype.

Omdat dergelijke afspraken niet schriftelijk en controleerbaar waren vastgelegd, oordeelde de rechtbank dat sprake was van natuurterrein en niet van landbouwgrond.

Verschil met eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

De uitspraak wijkt af van een zaak waarin het College van Beroep voor het bedrijfsleven vorig jaar oordeelde dat een vergelijkbaar perceel in een Natura 2000-gebied wel meetelde voor de gebruiksnormen.

In die zaak was sprake van een schriftelijke pacht- en huurovereenkomst waarin geen beperkingen ten aanzien van het landbouwkundig gebruik waren opgenomen. Dat verschil speelde een belangrijke rol in de beoordeling.

Belang van schriftelijke vastlegging

Deze uitspraak laat zien dat bij de beoordeling of een perceel als landbouwgrond of natuurterrein kwalificeert, niet alleen wordt gekeken naar het feitelijke gebruik en het geldende beheertype, maar ook naar de aanwezigheid van schriftelijk vastgelegde en controleerbare afspraken over het landbouwkundig gebruik van het perceel.

Eefdec5f2c961a0bbe3be4480bae064d
Een vraag voor Karel Verhappen?

Neem contact op met onze expert.

Neem contact op
Gerelateerde artikelen