Header OverviewPage
Kennisbank - Fiscaal advies

Ongewenste effecten 12% pseudo‑eindheffing fossiele auto van de zaak

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een nieuwe fiscale maatregel: de 12% pseudo‑eindheffing op fossiele personenauto’s van de zaak. Hoewel de regeling bedoeld is om de overstap naar elektrisch rijden te versnellen, blijken er in de praktijk verschillende ongewenste effecten te ontstaan. De Tweede Kamer heeft de regering inmiddels verzocht om hiervoor oplossingen te zoeken.

Case
Wat houdt de pseudo-eindheffing in?

Met ingang van 1 januari 2027 wordt in de loonbelasting een 12% pseudo‑eindheffing ingevoerd. Deze heffing is verschuldigd door de werkgever en wordt berekend over de cataloguswaarde van een personenauto met CO₂‑uitstoot die aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld.
Het gaat hierbij om een extra werkgeverslast, los van de bijtelling die voor de werknemer geldt.

Wanneer geldt de heffing niet?

Er zijn een aantal belangrijke uitzonderingen:

  • Personenauto’s die niet privé worden gebruikt
  • Let op! Woon‑werkverkeer telt hierbij wél als privégebruik.
  • Personenauto’s zonder CO₂‑uitstoot (volledig elektrisch of waterstof)
  • Voertuigen die geen personenauto zijn, zoals bestelauto’s
Overgangsrecht tot 2030

Voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. In dat geval hoeft de werkgever de pseudo‑eindheffing pas te betalen vanaf 18 september 2030.

Let op! Wisselt een werknemer van werkgever en neemt hij de auto mee, dan vervalt dit overgangsrecht. De nieuwe werkgever is dan direct de 12% pseudo-eindheffing verschuldigd.

Ongewenst effect bij vervangend vervoer

Een belangrijk knelpunt zit in het vervangend vervoer. De pseudo‑eindheffing geldt namelijk voor de hele maand, zelfs als een fossiele personenauto maar één dag of enkele uren ter beschikking wordt gesteld.
Dat betekent dat bij een vervangende fossiele auto de werkgever in die maand 12% eindheffing over de volledige cataloguswaarde verschuldigd is. Dit wordt door veel werkgevers als disproportioneel ervaren.

Problemen voor schadeherstel- en verhuurbedrijven

De Tweede Kamer wijst ook op de gevolgen voor schadeherstel‑ en verhuurbedrijven. In de huidige opzet zou de regeling deze bedrijven vrijwel dwingen om per 2027 volledig elektrisch te rijden.
Dat is in de praktijk vaak niet haalbaar door:

  • lopende lease‑ en wagenparkafspraken;
  • onvoldoende laadcapaciteit;
  • netcongestie, waardoor uitbreiding van laadpunten onzeker is.
Extra administratieve last voor rijscholen

Ook rijscholen lopen tegen praktische problemen aan. Elektrische auto’s zijn automaten, terwijl leerlingen voor het schakelrijbewijs juist in een brandstofauto moeten lessen.
Daarnaast is een rittenregistratie om privégebruik uit te sluiten vrijwel onwerkbaar. Lesauto’s rijden immers niet van A naar B, maar kriskras door het gebied tijdens rijlessen.

Tweede Kamer: werk aan oplossingen

Vanwege deze ongewenste effecten heeft de Tweede Kamer de regering verzocht om in overleg met de sector te kijken naar aanpassingen of uitzonderingen binnen de regeling.
Of – en zo ja hoe – deze knelpunten worden opgelost, zal de komende periode duidelijk moeten worden.

2cfa2e8d8763880164d9aef19c255d38
Een vraag voor Johan Koolen?

Neem contact op met onze expert.

Neem contact op
Gerelateerde artikelen