Btw-aftrek verbouwingskosten: Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt toepassing short-stayuitzondering
Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs bevestigd dat X BV recht heeft op aftrek van btw over de verbouwingskosten van een woning, op basis van het vertrouwen dat zij mocht ontlenen aan het Vastgoedbesluit. Daarmee volgt het hof de eerdere uitspraak van Rechtbank Gelderland.
Achtergrond
X BV, de personal holding van haar DGA, kocht in 2020 een woning. Deze werd uitgebreid, verbouwd, volledig ingericht en gemeubileerd. Vervolgens werd de woning voor een jaar verhuurd aan de DGA, die de woning tussen september 2021 en augustus 2022 slechts 32 dagen daadwerkelijk gebruikte.
X BV bracht de voorbelasting op de verbouwing in aftrek. De Belastingdienst weigerde dit, omdat de huurovereenkomst voor langere duur dan zes maanden was gesloten en dus volgens de inspecteur niet viel onder de zogenoemde short-stayuitzondering.
Uitspraken rechtbank en hof
De rechtbank oordeelde dat X BV terecht mocht vertrouwen op het Vastgoedbesluit (V-N 2013/54.15, recent geüpdatet in V-N 2024/11.2). Volgens dit besluit geldt de short-stayuitzondering namelijk wél, waardoor sprake is van btw-belaste verhuur.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit oordeel. Hoewel de verhuur juridisch gezien niet rechtstreeks onder de wettelijke short-stayregeling valt (art. 11 lid 1 onderdeel b sub 2 Wet OB 1968), mag X BV toch uitgaan van de uitleg in het Vastgoedbesluit. Het hof benadrukte dat de passages uit dit besluit niet geïsoleerd moeten worden gelezen, maar in de bredere context van paragraaf 7.4.1.
Conclusie
Het hof bevestigt: de verhuur kwalificeert als als btw-belast, en X BV heeft recht op aftrek van de voorbelasting. Dit arrest onderstreept het belang van het vertrouwen dat ondernemers aan beleidsbesluiten mogen ontlenen.
Neem contact op met onze expert.
Neem contact op