Agrarisch perceel bij woning geen aanhorigheid voor laag tarief
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat een agrarisch perceel bij een woning niet automatisch kwalificeert als aanhorigheid voor de toepassing van het verlaagde tarief overdrachtsbelasting. Voor dit perceel geldt daarom het algemene tarief.
Feiten van de zaak
In deze zaak kocht X een onroerende zaak voor € 725.000. De aankoop bestond uit een woning met erf en tuin, aangevuld met agrarische grond en verdere aanhorigheden. Volgens het geldende bestemmingsplan was de grond bestemd voor agrarisch gebruik. In de koopovereenkomst werd aanvankelijk vastgelegd dat de verkoper het ingezaaide agrarische perceel tot aan de oogst zou onderhouden.
Addendum en levering
Later sloten partijen een addendum bij de koopovereenkomst, waarin zij verklaarden dat de agrarische grond altijd bij de woning hoorde en bedoeld was om als tuin te dienen. In de leveringsakte werd de koopprijs vervolgens fictief gesplitst in een woongedeelte en een agrarisch gedeelte. Over het woongedeelte werd het verlaagde tarief overdrachtsbelasting toegepast, terwijl over het agrarische deel het algemene tarief werd gehanteerd. X voldeed in totaal € 25.588 aan overdrachtsbelasting en maakte bezwaar tegen deze heffing.
Het geschil
Centraal stond de vraag of het agrarische perceel bij de woning als aanhorigheid kon worden aangemerkt. Indien dat het geval zou zijn, zou ook voor dit perceel het verlaagde tarief overdrachtsbelasting van toepassing zijn.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het geschil in bezwaar volledig mocht heroverwegen en niet gebonden was aan de kwalificatie die in de notariële akte was opgenomen. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat het aan X was om aannemelijk te maken dat het perceel objectief bij de woning hoorde, daarbij in gebruik was en dienstbaar was aan de woning.
Objectieve omstandigheden doorslaggevend
Uit gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en luchtfoto’s bleek dat het perceel bedrijfsmatig werd gebruikt als landbouwgrond door een maatschap. Daarnaast vormden beplanting en bebouwing een duidelijke fysieke afscheiding tussen het erf van de woning en het agrarische perceel. Deze objectieve omstandigheden wogen zwaarder dan het later overeengekomen addendum.
Conclusie
De rechtbank concludeerde dat het agrarische perceel niet kwalificeert als aanhorigheid van de woning. Hierdoor is het algemene tarief van artikel 14, lid 1, Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 van toepassing en niet het verlaagde overdrachtsbelastingtarief.
Neem contact op met onze expert.
Neem contact op