Header OverviewPage
Kennisbank - Fiscaal advies

Wijzigingen belasting- en invorderingsrente per 2024

De wijze waarop de belastingrente wordt vastgesteld is per 2024 gewijzigd. Dit betekent dat bijvoorbeeld de belastingrente voor de vennootschapsbelasting voor het hele jaar 2024 op 10% en voor de inkomstenbelasting op 7,5% is vastgesteld. De invorderingsrente is per 1 januari 2024 weer terug op het oude niveau van vóór de coronacrisis. Tevens zijn er wijzigingen doorgevoerd in de vermindering van belastingrente ingevolge artikel 30ia AWR.

Case

De wijze waarop de belastingrente wordt vastgesteld is per 2024 gewijzigd. Dit betekent dat bijvoorbeeld de belastingrente voor de vennootschapsbelasting voor het hele jaar 2024 op 10% en voor de inkomstenbelasting op 7,5% is vastgesteld. De invorderingsrente is per 1 januari 2024 weer terug op het oude niveau van vóór de coronacrisis. Tevens zijn er wijzigingen doorgevoerd in de vermindering van belastingrente ingevolge artikel 30ia AWR.

Vaststelling belastingrente vanaf 2024

De belastingrente wordt met ingang van 1 januari 2024 nog maar één keer, in plaats van twee keer, per jaar vastgesteld. De rente wordt daarbij voor alle belastingen gebaseerd op de vóór 31 oktober van het voorgaande jaar laatst gepubliceerde ECB-rente voor basisherfinancieringstransacties. Ook het percentage waarmee deze ECB-rente wordt verhoogd ter berekening van de belastingrente en de minimale belastingrente zijn gewijzigd met ingang van 1 januari 2024.

De belastingrente van de vennootschapsbelasting wordt daarmee voor het hele jaar 2024 vastgesteld op 10% (4,5% + 5,5%).

Belastingrente vennootschapsbelasting 10%

Het verhogingspercentage, zoals opgenomen in het 'Besluit belasting- en invorderingsrente', bedraagt vanaf 2024 met betrekking tot de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (VPB) 5,5%. De minimale belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt vanaf 2024 ook 5,5%.

De belastingrente van de vennootschapsbelasting wordt daarmee voor het hele jaar 2024 vastgesteld op 10% (4,5% + 5,5%).

Belastingrente inkomstenbelasting en overige belastingen 7,5%

Het verhogingspercentage bedraagt vanaf 2024 met betrekking tot de belastingrente voor de overige belastingen (onder meer inkomstenbelasting, omzetbelasting, loonbelasting, erfbelasting en overdrachtsbelasting) 3%. De minimale belastingrente voor de overige belastingen bedraagt vanaf 2024 4,5%.

De belastingrente voor de overige belastingen wordt daarmee voor het hele jaar 2024 vastgesteld op 7,5% (4,5% + 3%).

De belastingrente voor toeslagen is voor 2024 vastgesteld op 4%.

Voorlopige aanslagen

Bij dusdanig hoge belastingrenten wordt het nog belangrijker om tijdig een juiste, voorlopige aanslag aan te vragen.

Invorderingsrente 4%

In verband met de coronacrisis was de invorderingsrente tot 1 juli 2022 verlaagd naar 0,01%. Na een verhoging per 1 juli 2022 naar 1%, per 1 januari 2023 naar 2% en per 1 juli 2023 naar 3%, is de invorderingsrente vanaf 1 januari 2024 met 4% echter weer terug op het oude niveau van vóór de coronacrisis.

Let op! Tot en met 2023 was de invorderingsrente gelijk aan de belastingrente voor de inkomstenbelasting en overige belastingen. Vanaf 2024 is ervoor gekozen om de invorderingsrente voor alle belastingen en toeslagen vooralsnog te fixeren op 4%. Mogelijk dat in de toekomst overwogen wordt om het percentage voor de invorderingsrente te indexeren of alsnog op een bepaalde manier te koppelen aan de ECB-rente.

Vermindering belastingrente: ook omzetbelasting en loonbelasting

Uit een arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022 kwam - kort samengevat - naar voren dat geen belastingrente berekend mag worden over de periode dat de Belastingdienst al over de verontschuldigde belasting beschikte. Met ingang van 2023 is in artikel 30ia AWR een wettelijke regeling hiervoor opgenomen. De omzetbelasting en loonbelasting waren echter nog van deze wettelijke regeling uitgesloten, maar vanaf 1 januari 2024 is deze uitsluiting opgeheven.

Nadere regels vermindering belastingrente

Vanaf 1 januari 2024 is in artikel 31bis Uitvoeringsregeling AWR ook nadere regels voor toepassing van artikel 30ia AWR opgenomen. Zo is opgenomen dat in een verzoek om vermindering van de belastingrente op duidelijke en overzichtelijke wijze vermeld moet worden over welke periode de Belastingdienst al over de verschuldigde belasting beschikte. Verder moet de verzoeker aannemelijk maken dat hij in aanmerking komt voor de vermindering van belastingrente.

Let op! De Belastingdienst gaat op de website aangeven welke stukken of informatie op grond van deze nadere regels voor de verschillende belastingsoorten verstrekt moeten worden.

Doelmatigheidsgrens € 100 bij verzoek vermindering belastingrente

Vanaf 1 januari 2024 is in artikel 31bis Uitvoeringsregeling AWR ook een doelmatigheidsgrens opgenomen. Als de op de beschikking vermelde belastingrente niet meer dan € 100 bedraagt, wordt geen vermindering van belastingrente verleend als daarom verzocht wordt. De Belastingdienst neemt vanaf 1 januari 2024 een verzoek om vermindering belastingrente dus alleen nog in behandeling als de belastingrente op de beschikking meer dan € 100 bedraagt.

Let op! De doelmatigheidsgrens van € 100 geldt niet als de Belastingdienst de vermindering van belastingrente geautomatiseerd toepast. De motivatie hiervoor is dat er op dat moment geen sprake is van een verzoek en dus ook geen beslag op de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst.

De wijzigingen per 1 januari 2024 zijn van toepassing op alle belastingrentebeschikkingen die op 1 januari 2024 nog niet onherroepelijk vaststonden.

6b6f950e8dd280311dea53b81a35771a
Een vraag voor Joop Kuijpers?

Neem gerust contact op met onze expert.

Neem contact op
Gerelateerde artikelen