Voorgenomen wijzigingen nieuwe box 3
De invoering van het nieuwe box 3‑stelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland voor 2028. Hoewel de Tweede Kamer het wetsvoorstel al heeft aangenomen, liet minister van Financiën Eelco Heinen eind februari weten dat hij het voorstel wil aanpassen. Wat deze wijzigingen precies inhouden, is nog niet volledig duidelijk. Wel is inmiddels bekend welke richting het kabinet en de Tweede Kamer op willen.
Wet werkelijk rendement box 3: wat houdt het voorstel in?
De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Dit nieuwe box 3‑stelsel vervangt het huidige forfaitaire systeem en moet per 1 januari 2028 ingaan.
In dit stelsel wordt belasting geheven over het werkelijke rendement op vermogen. Dat bestaat uit:
- Gerealiseerd rendement, zoals rente, dividend en verkoopwinsten;
- Ongerealiseerd rendement, zoals jaarlijkse waardestijgingen van beleggingen.
Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups geldt een uitzondering. Bij deze vermogensbestanddelen wordt alleen het gerealiseerde rendement belast, bijvoorbeeld bij verkoop.
Coalitieakkoord: van vermogensaanwas naar vermogenswinstbelasting
In het coalitieakkoord is afgesproken dat het nieuwe box 3‑stelsel op termijn moet worden omgevormd tot een volledige vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt belasting geheven bij realisatie van winst, in plaats van bij jaarlijkse waardestijging.
De Tweede Kamer stemde daarom niet zonder voorbehoud in met het wetsvoorstel en gaf het kabinet de opdracht om:
- Uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3‑stelsel op basis van een volledige vermogenswinstbelasting te presenteren;
- Daarbij ook duidelijkheid te geven over de budgettaire dekking.
Aanvullende opdrachten van de Tweede Kamer
Naast de koerswijziging richting een vermogenswinstbelasting kreeg de regering meerdere aanvullende opdrachten mee, waaronder:
- Het uitwerken van een duidelijke definitie van familiebedrijven en het onderzoeken of aandelen daarin onder een vermogenswinstbelasting kunnen vallen;
- Het mogelijk al vóór 1 januari 2028 actualiseren van het vastgoedbijtellingspercentage;
- Extra onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen;
- Een verkenning van een uitvoerbare tegenbewijsregeling.
Daarnaast heeft de Tweede Kamer recent verzocht om in het nieuwe box 3‑stelsel een achterwaartse verliesverrekening van minimaal één jaar op te nemen.
Reactie staatssecretaris: invoering in 2028 blijft uitgangspunt
Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg gaf in een Kamerbrief van 6 maart 2026 aan dat het kabinet het huidige box 3‑stelsel niet wil verlengen na 2027. Volgens het kabinet is het huidige systeem onhoudbaar en is invoering van het nieuwe stelsel in 2028 noodzakelijk.
Wel overweegt het kabinet om het nieuwe box 3‑stelsel op twee momenten aan te passen:
1. Aanpassing huidig wetsvoorstel
Het kabinet onderzoekt samen met de Tweede Kamer hoe de vermogensaanwasbelasting verbeterd kan worden. Ook wordt gekeken naar invoering van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar per 1 januari 2029. Verliezen uit 2029 zouden dan verrekend kunnen worden met box 3‑inkomen uit 2028. De uitvoerbaarheid en ICT‑impact worden nog onderzocht, evenals de budgettaire dekking.
2. Doorontwikkeling naar vermogenswinstbelasting
Na 2028 wil het kabinet het box 3‑stelsel verder ontwikkelen naar een volledige vermogenswinstbelasting. Dit vergt tijd vanwege wetgeving, uitvoering door de Belastingdienst en gegevensuitwisseling met financiële instellingen. Voor de zomer van 2026 volgt hierover een nieuwe Kamerbrief.
Aangepaste definitie start-ups en scale-ups
In maart 2026 wordt een apart wetsvoorstel ter internetconsultatie aangeboden met een verbeterde definitie van startende ondernemingen. De huidige definitie sluit onvoldoende aan bij de praktijk van start-ups en scale-ups. Deze aangepaste definitie wordt per 1 januari 2028 opgenomen in de Wet werkelijk rendement box 3.
Vooruitblik: duidelijkheid op Prinsjesdag 2026
De verwachting is dat pas op Prinsjesdag 2026 echt duidelijk wordt welke wijzigingen definitief worden doorgevoerd in het wetsvoorstel. Op dat moment zal ook meer bekend zijn over de financiële dekking van de aanpassingen.
Neem contact op met onze expert.
Neem contact op