Kantoorpand blijft woning: 2% overdrachtsbelasting na beperkte aanpassingen
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat een pand dat oorspronkelijk als woning is gebouwd, maar jarenlang als kantoor werd gebruikt, tóch als woning kan kwalificeren voor de overdrachtsbelasting. Doorslaggevend is of slechts beperkte aanpassingen nodig zijn om het pand weer bewoonbaar te maken.
De casus: van woning naar kantoor en weer terug
Op 31 december 2020 kochten twee bv’s gezamenlijk een pand dat in de jaren ’70 was omgebouwd tot kantoor. Kort daarna verkochten zij het door aan drie stichtingen. Hoewel het pand tijdelijk anti-kraak werd bewoond en een gemengde bestemming had, betaalden de bv’s 6% overdrachtsbelasting. Zij maakten bezwaar: volgens hen ging het nog steeds om een woning in de zin van artikel 14, lid 2 WBR, waarop het 2%-tarief van toepassing is.
De Belastingdienst vond dat het pand zijn woningkarakter had verloren door de verbouwingen en het langdurige gebruik als kantoor.
Oordeel van het Hof
Het hof stelde voorop dat bepalend is of het pand naar zijn bouwaard bestemd is voor bewoning. Zelfs na verbouwingen behoudt het object zijn woningstatus zolang er geen ingrijpende aanpassingen nodig zijn om er weer in te wonen.
In dit geval ging het slechts om relatief eenvoudige ingrepen, zoals:
- het dichten van ventilatiegaten,
- het verwijderen van systeemplafonds,
- en herstelwerkzaamheden aan bestaande woonruimtes.
Keuken en badkamer waren al aanwezig waardoor het pand direct weer als woning bruikbaar kon worden gemaakt.
Gevolg voor de overdrachtsbelasting
Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond. Hierdoor had de bv recht op het lage woningtarief van 2% overdrachtsbelasting. In plaats van €24.540 (6%) hoefde slechts €8.180 te worden betaald.
Neem contact op met onze expert.
Neem contact op