Header OverviewPage
Blog

Erfbelasting en bedrijfsopvolging: wat familiebedrijven in Eindhoven nu al moeten regelen

23 augustus 2026 · Ruud van Poppel
Erfbelasting raakt niet alleen het vermogen van de familie, maar ook de rust in de onderneming en het behoud van personeel. Dit artikel laat zien hoe een gestructureerde voorbereiding eruitziet, van fiscale haalbaarheidscheck tot aangiftetermijn, en welke fouten in de praktijk het duurst uitpakken.
Blog

Snelle samenvatting

Wesselman helpt mkb- en familiebedrijven bij opvolging door de fiscale positie van het familievermogen jaren vóór een overlijden in kaart te brengen, niet pas in de maanden erna. Onze aanpak loopt van feitencheck naar structuur en aangifte, waarbij de continuïteit van de onderneming en het personeel steeds het uitgangspunt blijft. Juist bij familiebedrijven met 20 tot 50 medewerkers maakt die voorbereiding het verschil wanneer opvolging onverwacht aan de orde is.

accountant Eindhoven: Erfbelasting en bedrijfsopvolging: wat familiebedrijven in Eindhoven nu al moeten regelen
  • De aangiftetermijn voor erfbelasting is per 1 januari 2026 verlengd van 8 naar 20 maanden na overlijden.
  • De partnervrijstelling bedraagt €828.035, de hoogste vrijstelling in de erfbelasting.
  • Het lage tarief geldt over de eerste €158.669 boven de vrijstelling.
  • De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) zijn per 2026 op meerdere punten aangepast.
  • Begin met een haalbaarheidscheck op bezitstermijn, ondernemingsvermogen en soort aandelenbelang.

Waarom een overlijden binnen een familiebedrijf ook een personeelsprobleem is

Wat Wesselman herhaaldelijk tegenkomt bij familiebedrijven met 20 tot 50 medewerkers: de vraag "hoe draag ik mijn vermogen fiscaal slim over naar de volgende generatie" wordt pas urgent op het moment dat er geen tijd meer is om te kiezen. En dan raakt het niet alleen de erfgenamen.

Stel: de directeur-eigenaar van een toeleverancier in de hightech overlijdt onverwacht. De erfgenamen hebben geen zeggenschapsregeling, de bank wil zekerheid, en het managementteam weet niet wie er over drie maanden beslist over investeringen. Binnen een half jaar vertrekken de twee zwaarste technische krachten. Niet omdat het bedrijf slecht draaide, maar omdat niemand kon uitleggen hoe het verder ging.

Dat is de kern: erfbelasting is een fiscaal vraagstuk met een personele rekening. Wie de overdracht niet regelt, betaalt twee keer. Een keer aan de Belastingdienst en een keer aan het verloop dat volgt op onduidelijkheid. Wie wil weten hoe dat samenhangt met bredere retentievraagstukken, vindt in de aanpak voor personeelsbehoud in 2026 de organisatorische kant van hetzelfde verhaal.

Een goede accountant Eindhoven kijkt daarom niet alleen naar de aanslag, maar naar de vraag wie er maandagochtend na de begrafenis de leiding neemt.

Hoeveel erfbelasting betaal je eigenlijk, en wanneer speelt het?

Erfbelasting is de belasting die erfgenamen betalen over wat zij uit een nalatenschap verkrijgen, waarbij tarief en vrijstelling afhangen van de relatie tot de overledene.

De cijfers zijn concreter dan veel ondernemers denken. Volgens de Belastingdienst geldt het lage tarief over de eerste €158.669 boven de vrijstelling, en bedraagt de partnervrijstelling €828.035. Alles daarboven valt in de tweede schijf.

Hoe vaak dit speelt, laat het CBS zien: jaarlijks moet ongeveer 30 procent van alle overledenen bij de Belastingdienst worden aangegeven omdat er erfbelasting verschuldigd is, goed voor ruim 60 procent van het totaal nagelaten bedrag. In 2018 werd voor 193.000 ontvangers aangifte gedaan, met een totale waarde van 11,5 miljard euro en 1,3 miljard euro afgedragen erfbelasting. De helft van die erfenissen ging van ouder naar kind.

Bij ondernemersvermogen ligt de verhouding scheef: de aanslag komt in één keer, de waarde zit vast in machines, voorraad en debiteuren. Dat liquiditeitsprobleem is precies waar een accountant Eindhoven de voorbereiding op richt.

Wat is er in 2026 veranderd rond de bedrijfsopvolgingsregeling?

Twee bedrijven met een vergelijkbare balans kunnen in 2026 een compleet verschillende fiscale uitkomst hebben. Het verschil zit zelden in het rendement en bijna altijd in de structuur en de timing.

Volgens PwC Nederland zijn per 2026 meerdere aanpassingen doorgevoerd in zowel de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting als de doorschuifregeling in box 2. Het gaat om een mix van versoberingen en versoepelingen. Dat betekent dat plannen die drie jaar geleden zijn opgesteld, opnieuw tegen het licht moeten.

De bezitseis is versoepeld

Een van de praktisch belangrijkste wijzigingen: per 2026 leidt een verandering in de juridische structuur van de onderneming niet langer tot het opnieuw laten aanvangen van de bezitstermijn, mits de gerechtigdheid van de schenker of erflater niet wijzigt. Dat is te lezen bij aaff. Voor familiebedrijven die hun holdingstructuur willen opschonen voor een overdracht, haalt dit een reëel blokkade-risico weg.

De aangiftetermijn is verdubbeld

De Belastingdienst hanteert per 1 januari 2026 een aangiftetermijn van 20 maanden na de overlijdensdatum, waar dat eerder 8 maanden was. De termijn van 3 jaar waarbinnen de Belastingdienst een aanslag moet opleggen, blijft ongewijzigd.

Dat klinkt als lucht, maar het is geen vrijbrief. Bij een onderneming in de nalatenschap kost een gedegen waardering vaak al enkele maanden, zeker als er vastgoed of een deelneming in zit. Wie de extra tijd gebruikt om beter te onderbouwen in plaats van later te beginnen, staat sterker in een discussie over de waardering.

Wat dit betekent voor de planning

De combinatie van gewijzigde BOR-voorwaarden en een langere aangiftetermijn verschuift het zwaartepunt van het werk naar voren. Niet naar de afhandeling, maar naar de jaren ervoor. Een accountant Eindhoven kan die planning jaarlijks toetsen.

Praktisch toepassen:

  • Check of je bestaande opvolgingsplan dateert van vóór 2026 en laat de BOR-toets opnieuw uitvoeren
  • Leg vast op welke datum de bezitstermijn van de huidige aandeelhouder is gestart en welke herstructureringen sindsdien plaatsvonden
  • Zet de waarderingsgrondslag (rendementswaarde, intrinsieke waarde, of een combinatie) zwart op wit vóór de overdracht, niet erna
  • Plan een jaarlijkse herijking van het plan in dezelfde cyclus als de jaarrekening

Welke stappen zet je voordat de overdracht überhaupt aan de orde is?

De volgorde die in de praktijk het beste werkt, begint niet bij de schenking maar bij de haalbaarheidscheck. Zonder die check is elk overdrachtsplan een gok.

  1. Bezitstermijn. Voldoet de schenker of erflater aan de bezitsperiode die de BOR eist? Zo niet, dan is de vraag wanneer wel, en of overlijden dat anders maakt.
  2. Actief ondernemingsvermogen. Welk deel van de balans kwalificeert echt als onderneming? Overtollige liquiditeit en beleggingsvastgoed tellen doorgaans niet mee.
  3. Soort aandelenbelang. Gaat het om gewone aandelen met winst- en zeggenschapsrechten, of om preferente aandelen die alleen onder aanvullende voorwaarden kwalificeren?
  4. Leeftijd van de verkrijger. Bij schenking geldt een leeftijdseis voor de begiftigde. Dit is een harde poort, geen detail.
  5. Box 2 en de DSR. De doorschuifregeling en de BOR moeten op elkaar aansluiten. Wie alleen de schenkbelasting optimaliseert en de box 2-claim vergeet, verplaatst het probleem.
  6. Voortzettingsvoorwaarden. De verkrijger moet de onderneming een bepaalde periode voortzetten. Een verkoop of staking binnen die periode kan de vrijstelling terugdraaien.

Pas als deze zes punten staan, heeft het zin om over tranches, timing en zeggenschap te praten. Wesselman werkt hierbij vanuit een gecombineerde blik van fiscaliteit, audit en HR, met Monique D'Elfant als specialist voor estate planning en schenk- en erfbelasting. Een accountant Eindhoven kan deze route samen met de ondernemer doorlopen. Wie deze route verder wil verkennen, vindt bij de expertise rond schenk- en erfbelasting de inhoudelijke uitwerking.

Waarom gefaseerd overdragen wél en niet helpt

Een hardnekkig misverstand: overdragen in tranches zou de volledige BOR-vrijstelling meerdere keren beschikbaar maken. Zo werkt het niet. De vrijstelling wordt mede bepaald op het niveau van de objectieve onderneming en het verkregen belang. Meerdere schenkingen resetten de drempel dus niet automatisch.

Waar tranches wél voor werken: liquiditeit, waarderingsmomenten en geleidelijke overdracht van zeggenschap. Stel, een eigenaar draagt over vier jaar telkens een kwart van de aandelen over. De opvolger groeit mee in verantwoordelijkheid, de familie kan bijsturen als het misloopt, en de financiering van eventuele belastingdruk wordt behapbaar. Dat zijn reële argumenten. Herhaald gebruik van de volledige vrijstelling is dat niet.

Waar gaat het in de praktijk mis bij familievermogen?

Neem de directeur-eigenaar van een hightech-toeleverancier met 35 medewerkers. Ondernemingswaarde rond de 4 miljoen euro, waarvan ongeveer €900.000 aan overtollige liquiditeit in de holding. Wie één jaar vóór de beoogde overdracht begint, zit vast aan de balans zoals die er ligt: die liquiditeit kwalificeert doorgaans niet als ondernemingsvermogen en valt dus buiten de faciliteit. Bij vier jaar voorbereiding is er ruimte om de kaspositie gericht in te zetten, de structuur op te schonen en de waardering te onderbouwen. Het verschil zit niet in een truc, maar in het aantal opties dat je nog hebt.

De vier fouten die het vaakst terugkomen:

Verhuurd vastgoed in de holding. Panden die aan derden worden verhuurd, worden fiscaal doorgaans als belegging gezien. Dat deel van het vermogen valt buiten de faciliteit en drukt zwaar op de aanslag.

Een management-bv zonder kwalificerende onderneming. Een bv die alleen managementfees factureert en verder niets doet, is fiscaal iets anders dan een onderneming. Dat inzicht komt vaak te laat.

Een onjuiste waarderingsgrondslag. Wie de waarde baseert op de intrinsieke waarde terwijl de rendementswaarde passender is (of andersom), krijgt discussie met de inspecteur precies op het moment dat er geen tijd is.

Geen samenhang tussen BOR en DSR. De schenkbelasting kan keurig geregeld zijn terwijl de box 2-claim in volle omvang blijft staan. Dan verschuift de rekening naar de opvolger.

Praktisch toepassen:

  • Zet naast de commerciële balans een fiscale kolom: welk deel kwalificeert als ondernemingsvermogen en welk deel niet
  • Toets elk pand op de vraag: eigen gebruik of verhuur aan derden
  • Vraag je accountant Eindhoven expliciet om de BOR-berekening én de box 2-doorkijk in één document
  • Leg de waarderingsmethode en de onderbouwing vast in een memo dat je jaarlijks bijwerkt

Waar let je op bij het kiezen van een accountant Eindhoven voor erfbelasting?

Checklist voor het beoordelen van fiscale begeleiding bij familieoverdracht:

  • Doet de adviseur eerst de haalbaarheidscheck? Wie meteen over schenken begint zonder bezitstermijn en ondernemingsvermogen te toetsen, slaat de belangrijkste stap over.
  • Wordt de box 2-claim meegenomen? Een advies dat alleen over schenkbelasting gaat, is een half advies.
  • Is er een schriftelijke waarderingsonderbouwing? Zonder memo sta je zwak in een discussie met de inspecteur.
  • Zijn de voortzettingsvoorwaarden vastgelegd bij de verkrijger? De opvolger moet weten welke verplichting hij aangaat.
  • Sluit het plan aan op de arbeidsvoorwaarden en zeggenschap? Een fiscaal perfecte overdracht die het managementteam verrast, kost personeel.
  • Wordt het plan jaarlijks herijkt? Wetgeving wijzigt, zoals 2026 opnieuw liet zien.
  • Zit fiscaliteit, HR en juridisch onder één dak? Wesselman combineert deze disciplines bewust, omdat de vragen in de praktijk door elkaar heen lopen.
AanpakVoorbereidingstijdRuimte om structuur aan te passenDiscussie over waardering
Regelen na overlijden20 maanden aangiftetermijnGeenGroot risico, geen onderbouwing vooraf
Één jaar vooruit plannenCirca 12 maandenBeperkt, balans ligt vastMatig, onderbouwing haastig
Vier jaar vooruit plannenCirca 48 maandenRuim, herstructurering mogelijkKlein, memo jaarlijks bijgewerkt

De vergelijking maakt één ding zichtbaar: de aangiftetermijn van 20 maanden is geen planningsruimte. Het is afhandelingstijd.

Praktisch toepassen:

  • Vraag bij een kennismaking om een voorbeeld van een BOR-toets, geanonimiseerd
  • Check of de accountant Eindhoven ervaring heeft met jouw sector en met opvolging binnen de familie
  • Spreek af wie de communicatie richting het managementteam voorbereidt
  • Leg de herijkingsfrequentie contractueel vast, bij voorkeur jaarlijks

Veelgestelde vragen

Wanneer moet de aangifte erfbelasting binnen zijn?

Twintig maanden. Per 1 januari 2026 geldt een aangiftetermijn van 20 maanden na de overlijdensdatum, waar dat eerder 8 maanden was. De termijn van drie jaar waarbinnen de Belastingdienst een aanslag moet opleggen, is niet gewijzigd. Bij een onderneming in de nalatenschap is die extra tijd meestal nodig voor een deugdelijke waardering.

Hoe hoog is de vrijstelling voor een partner?

€828.035. Dat is de hoogste vrijstelling binnen de erfbelasting. Daarboven geldt het lage tarief over de eerste €158.669 en daarna het hogere tarief. Voor kinderen liggen de vrijstellingen fors lager, wat bij ondernemersvermogen snel tot een aanzienlijke aanslag leidt.

Maakt gefaseerd schenken de BOR-vrijstelling meerdere keren beschikbaar?

Nee. De vrijstelling wordt mede bepaald op het niveau van de objectieve onderneming en het verkregen belang, dus meerdere schenkingen resetten de drempel niet automatisch. Tranches zijn wel zinvol voor liquiditeit, waarderingsmomenten en het geleidelijk overdragen van zeggenschap. Laat de berekening per situatie maken, want de uitkomst verschilt sterk per structuur.

Waarom raakt erfbelasting het behoud van personeel?

Onduidelijkheid kost mensen. Als na een overlijden niemand weet wie beslist over investeringen en loopbanen, vertrekken juist de medewerkers met de meeste opties. Een overdrachtsplan dat ook de zeggenschap en de communicatie richting het team regelt, beperkt dat verloop. In de praktijk is de eerste zes maanden na een overlijden de kwetsbaarste periode.

Hoe pakt Wesselman erfbelastingadvies aan?

Van haalbaarheidscheck naar structuur naar aangifte. De volgorde begint bij bezitstermijn, ondernemingsvermogen, soort aandelenbelang en de samenhang tussen BOR en DSR, en pas daarna komen timing en tranches aan bod. Een accountant Eindhoven helpt daarbij fiscale, HR- en juridische aandachtspunten te verbinden. Fiscaliteit, HR en juridisch advies zitten bij Wesselman onder één dak, met vestigingen in Eindhoven, Helmond en Veldhoven en ruim 45 jaar ervaring met familiebedrijven.

Conclusie

Erfbelasting voorbereiden is geen aangifte-oefening maar een structuurvraag die jaren vooruit speelt. De route is helder: eerst de fiscale haalbaarheidscheck op bezitstermijn, ondernemingsvermogen, aandelenbelang, leeftijdseis, box 2 en voortzetting. Daarna pas de gesprekken over timing en zeggenschap. De aangiftetermijn van 20 maanden verandert daar niets aan, die begint immers pas na het overlijden.

Voor ondernemers in Helmond, Eindhoven en Veldhoven geldt dezelfde volgorde als elders: begin bij de feiten, niet bij de wens. Een accountant Eindhoven die zowel de fiscale kant als de personele gevolgen overziet, voorkomt dat een overdracht het managementteam overvalt. Wie wil zien hoe dat er in bredere estate planning uitpakt, vindt in het overzicht van estate planning voor dga's in 2026 een logisch vervolg.

Hulp nodig bij overname, opvolging of fiscale compliance?

Stel je vraag
Artikel gemaakt met Launchmind