Kabinet gaat door met vernieuwing pensioenstelsel

Minister Koolmees van SZW heeft in zijn 10-punten-brief van 1 februari 2019 aan de Tweede Kamer aangegeven welke stappen het kabinet wil zetten richting een nieuw pensioenstelsel. Het kabinet zoekt daarbij naar brede steun onder sociale partners. De minister benoemt in de 10-punten-brief tien onderwerpen waarmee het kabinet aan de slag wil. Voor het merendeel dient dit nog vóór de zomer tot concrete resultaten te leiden.Uitgangspunt bij de 10-punten-brief is dat de vernieuwing van het pensioenstelsel mede vorm wordt gegeven door een overstap op pensioencontracten met persoonlijke pensioenvermogens in de opbouwfase, waarbij de zogenaamde doorsneesystematiek zal worden afgeschaft.

10-punten-brief
De tien onderwerpen kunnen als volgt worden samengevat.

1. Uitwerking wetgeving voor de afschaffing van de doorsneesytematiek
In het huidige stelsel wordt bij de meeste pensioenfondsen voor en door deelnemers een gelijke premie betaald, terwijl de pensioeninkoop voor ouderen duurder is dan voor jongeren. Achter de schermen worden de premies herverdeeld, zodat elke deelnemer ongeacht leeftijd dezelfde pensioenaanspraak opbouwt. Het kabinet wil af van deze premieherverdeling. Het gevolg zal zijn dat de pensioenopbouw afhankelijk wordt van de leeftijd: jongeren gaan meer pensioen opbouwen en ouderen minder. Onevenredig negatieve effecten voor de oudere deelnemers zullen vermeden moeten worden. Het kabinet komt hiervoor met een transitieplan, dat in nadere wetgeving zal worden vastgelegd. In de fiscale wetgeving zullen de huidige regels voor maximale pensioenopbouw worden vervangen door een maximale fiscaal aftrekbare premie-inleg.

2. Wet verbeterde premieregeling toegankelijker en aantrekkelijk maken
Onderzocht gaat worden of er meer collectieve elementen (bijvoorbeeld het gezamenlijk delen van macrolanglevenrisico) toegevoegd kunnen worden aan een premieregeling. Aandachtspunt bij het afschaffen van de doorsneepremie en de overgang naar premieregelingen bij pensioenfondsen is het handhaven van de geldende verplichtstelling.

3. Meer maatwerk in het beleggingsbeleid
De meeste pensioenfondsen hanteren momenteel een uniforme beleggingsmix. In de opbouwfase lopen de deelnemers dezelfde beleggingsrisico’s als pensioengerechtigden in de uitkeringsfase, ondanks het verschil in risico-draagkracht. Het kabinet wil in de wet vastleggen dat pensioenfondsen hun beleggingsbeleid baseren op het lifecycle principe, waarbij de beleggingsrisico’s en de toe rekenen beleggingsresultaten beter zijn afgestemd op de verschillende leeftijdsgroepen.

4. Faciliteren omzetting bestaande aanspraken naar een pensioencontract met persoonlijke pensioenvermogens
Voor het overdragen van de reeds opgebouwde pensioenen naar het nieuwe pensioenstelsel met persoonlijke pensioenvermogens zal een waarderingskader worden opgesteld. Indien sectoren en ondernemingen dit invaren niet gewenst vinden, dan zullen zij de oude en nieuwe pensioenopbouw bij verschillende pensioenuitvoerders moeten onderbrengen.

5. Opname bedrag ineens mogelijk maken
Het wordt mogelijk gemaakt om op de pensioendatum een bedrag ineens op te nemen uit het persoonlijk pensioenvermogen (genoemd wordt maximaal 10%). Na inhouding van belasting/premieheffing kan dit dan worden aangewend voor bijvoorbeeld aflossing van een eigenwoningschuld. Andere keuzemogelijkheden, zoals het deels inzetten van de pensioenpremie voor het aflossen van de hypotheek, worden ook onderzocht.

6. Communiceren over persoonlijke pensioenvermogen
Het kabinet wil dat aan iedereen, ongeacht het type pensioenregeling, inzicht wordt gegeven in de hoogte van de ingelegde premie, het behaalde rendement en gemaakte kosten, en het opgebouwde pensioenvermogen. Bovendien dient via drie scenario’s (slecht weer, verwacht weer, goed weer) inzicht gegeven te worden in de naar verwachting te bereiken pensioenen.

7. Verbreden reikwijdte van het pensioenstelsel
Uit recent onderzoek van het CBS is gebleken dat het aantal personen dat geen pensioen opbouwt groter is dan gedacht. Vanwege de veranderende arbeidsmarkt (meer zelfstandigen) loopt dit aantal mogelijk verder op. Het kabinet is geen voorstander van een pensioenplicht, maar wil de opbouw van pensioen door zelfstandigen wel makkelijk en aantrekkelijke maken.

8. Verbeteringen voor nabestaanden
Omdat er nog veel onbekendheid en onduidelijkheid is over het financiële risico bij overlijden, is aan de STAR gevraagd advies uit te brengen over de gewenste dekking van nabestaandenpensioen. In dit kader wordt ook nagegaan of een uniformering van het begrip “partner” kan worden gerealiseerd.

9. Onderzoek naar de koppeling tussen levensverwachting en pensioenleeftijd
De toekomstige AOW- en pensioenrichtleeftijd zijn volgens afgesproken rekenregels 1-op-1 gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Er worden alternatieve varianten onderzocht die passen binnen houdbare overheidsfinancien.

10. Benoeming leden Commissie Parameters
Pensioenfondsen moeten bij het vaststellen van onder andere de kostendekkende premies en herstelplannen rekening houden met de maximale parameters, bijvoorbeeld wat betreft het verwachte rendement op aandelen. Een onlangs benoemde Commissie Parameters moet een advies uitbrengen over de te hanteren parameters vanaf 2020. 

Ons commentaar
Met deze 10-punten-brief wil het kabinet haast maken met de hervorming van het pensioenstelsel. Een beoogde invoeringsdatum wordt niet genoemd, maar de meeste punten zijn geagendeerd vóór de zomer. Voor de gehele pensioensector zal de impact enorm zijn, maar ook voor alle werknemers, arbeidsvoorwaarden en de arbeidsmarkt. We houden u op de hoogte!


Wilt u meer weten over de 10-punten-brief?

Stefan Joosten

Stefan Joosten vertelt u er graag meer over.

Altijd op de hoogte?

Onze kennis delen we graag met u! Meld u hier aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.