Verhoging van het verlaagd btw-tarief van 6% naar 9%

Per 1 januari 2019 wordt het verlaagd btw-tarief verhoogd van 6% naar 9%. Deze verhoging is opgenomen in het Belastingplan 2019 dat op Prinsjesdag van dit jaar openbaar is geworden. De Eerste Kamer moet uiteraard nog wel akkoord gaan met de wijziging, maar deze verhoging lijkt per 1 januari 2019 een feit te zijn.

Voor welke goederen?
Het verlaagde btw-tarief is van toepassing op goederen en diensten vermeld in Tabel l van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De tariefsverhoging heeft vooral gevolgen in de sectoren voeding, horeca, landbouw, recreatie, sport, cultuur en bouw. Onder het verlaagd tarief vallen bijvoorbeeld de verkoop van voedingsmiddelen, hotelovernachtingen, boeken en kranten. Ook diensten van een kapper, een fietsenmaker en een bezoek aan de bioscoop vallen onder het verlaagd btw-tarief.

Welk tarief?
Voor het bepalen welk tarief van toepassing is, wordt aangesloten bij het moment van verschuldigdheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemers die het factuurstelsel toepassen, en ondernemers die onder het kasstelsel vallen.

Factuurstelsel
Voor ondernemers die voor hun prestaties verplicht een factuur moeten uitreiken, is het btw-tarief van toepassing dat geldt op het moment waarop de factuur wordt uitgereikt. Opgemerkt dient te worden dat de factuur moet worden uitgereikt op uiterlijk de 15e dag van de maand volgende op de maand waarin de prestatie is verricht.

Voorbeeld 1:
Ondernemer A verkoopt op 13 december 2018 goederen aan ondernemer B en reikt daarvoor op 5 januari een factuur uit. Voor deze levering is het btw-tarief van 9% van toepassing.

Voorbeeld 2:
Ondernemer A verkoopt op 14 november 2018 goederen aan ondernemer B en reikt daarvoor op 5 januari 2019 een factuur uit. Voor deze levering is het btw-tarief van 6% van toepassing, omdat de factuur uiterlijk op 15 december 2018 had moeten worden uitgereikt.

Let op! De regels voor diensten verricht door niet in Nederland gevestigde ondernemers aan in Nederland btw-geregistreerde afnemers die onder de ‘verleggingsregeling’ vallen, geldt het tarief dat van toepassing is op het moment waarop de dienst is verricht.

Voorbeeld 3:
Ondernemer A, gevestigd in Duitsland, verricht op 13 november 2018 een dienst aan ondernemer B die een Nederlands btw-nummer heeft. Ondernemer A reikt hiervoor op 5 januari 2019 een factuur uit onder vermelding van ‘BTW verlegd’. Voor deze dienst moet ondernemer A het btw-tarief van 6% toepassen.

Kasstelsel
Bij alle andere leveringen en diensten, bijvoorbeeld aan privépersonen, is het tarief van toepassing dat geldt op het moment waarop de goederen feitelijk worden overgedragen aan de afnemer. Bij diensten geldt als uitgangspunt dat het tijdstip van de dienst wordt verricht op het moment waarop de werkzaamheden zijn voltooid.

Als het tijdstip van een levering of dienst is gelegen in 2018, is het 6%-tarief van toepassing. Ook wanneer de factuur pas in 2019 door de ondernemer aan de afnemer wordt uitgereikt. Opgemerkt dient te worden dat de factuur moet worden uitgereikt op uiterlijk de 15e dag van de maand volgende op de maand waarin de prestatie is verricht.

Als het tijdstip van een levering of dienst is gelegen in 2019, is in principe het 9%-tarief van toepassing.

Vooruitbetalingen
De staatssecretaris van financiën heeft aangekondigd dat de belastingdienst niet zal naheffen over prestaties die in 2019 worden verricht maar waarvoor de vergoeding al in 2018 is ontvangen. Het gaat hier bijvoorbeeld om concerten of sportevenementen die dit jaar al zijn betaald, maar volgend jaar pas plaatsvinden.

Actielijst ondernemer
Het is van belang dat ondernemers zich al in 2018 voorbereiden op de tariefsverhoging. Het nieuwe tarief heeft impact op de administratie, de prijzen van goederen en diensten, de facturatie en de btw-aangifte bij de jaarovergang. Hierbij komen wij tot de volgende actiepunten:

  • Pas de boekhoudprogramma’s aan zodat vanaf 1 januari 2019 het juiste btw-tarief in de administratie wordt toegepast;
  • Zorg dat het juiste btw-tarief op de facturen wordt vermeld en dat de gegevens om te bepalen of het 6%-tarief of het 9%-tarief van toepassing is, duidelijk in de administratie worden vastgelegd;
  • Pas de kassasystemen aan op het verlaagd btw-tarief van 9%;
  • Indien geen of beperkt recht op btw-aftrek bestaat, kan de inkoop naar voren worden gehaald in 2018, zodat het btw-nadeel wordt beperkt;
  • Let op bij het opstellen van offertes voor prestaties in 2019 die onder het lage btw-tarief vallen en houdt alvast rekening met het btw-tarief van 9%;
  • De btw-verhoging kan worden doorberekend in de al lopende contracten, ongeacht wat hierover in het contract is opgenomen. In overeenkomsten opgenomen bepalingen die verbieden dat een btw-verhoging wordt doorberekend aan de klant, zijn nietig.

Btw-aangifte
In januari 2019 kan de situatie zich voordoen dat de ondernemer twee verschillende verlaagde btw-tarieven toepast: 6% voor prestaties die verricht zijn in 2018, maar waarvoor de factuur pas in januari 2019 wordt uitgereikt, en 9% voor prestaties die worden verricht in januari 2019 en waarvoor in januari 2019 een factuur wordt uitgereikt. De prestaties waarvoor in 2019 nog facturen met 6% zijn uitgereikt, moeten bij vraag 1c van de btw-aangifte worden opgenomen.

 

Heeft u een btw-vraag?

Franka Pijpers - van Lieshout

Franka Pijpers - van Lieshout helpt u graag verder!

Heeft u een vraag?

Wij helpen u graag persoonlijk verder! Nu bellen