Scheiden doet lijden, zelfs na 26 jaar!

Klik hier voor de uitspraak rechtbank Den Haag d.d. 24 september 2018.

X geniet van zijn pensioen totdat één van zijn ex-vrouwen hem ongeveer 26 jaar na de scheiding verrast met een pensioenclaim. Zij meent recht te hebben op een deel van zijn pensioen, omdat de pensioengemeenschap nog niet is verdeeld. Omdat de scheiding in 1991 plaatsvond, is de claim gebaseerd op het Boon/Van Loon-arrest uit 1981. 

Pensioenverdeling Boon/ Van Loon verjaart niet
X en Y trouwden in 1983 en scheidden in 1991. Bij de echtscheiding is er geen convenant gemaakt, maar heeft de advocaat van Y een brief gestuurd aan X, waarin hij schrijft dat het volgens hem niet noodzakelijk is een advocaat in te schakelen omdat beiden in gemeenschap gehuwd waren en het met de echtscheiding eens zijn. De echtscheiding is vervolgens uitgesproken en ingeschreven in de registers. Hiermee is de gemeenschap van goederen opgeheven.

In 2016 vraagt Y aan X om zijn pensioen alsnog (gedeeltelijk) aan haar toe te kennen. Zij geeft aan dat de pensioengemeenschap nooit is opgeheven en dat dit alsnog moet plaatsvinden. X geniet al van zijn pensioen en is het niet eens met Y. De gang naar de rechtbank wordt gemaakt.

Claim voor haar dan ook claim voor hem
Y vordert van X een gedeelte van de pensioenrechten opgebouwd tijdens en vóór het huwelijk met X. Zij wil dat de pensioenuitvoerder de berekening maakt van de waarde van de pensioenrechten, om te bepalen wat zij aan pensioen van X kan krijgen. X is van mening dat Y haar rechten heeft verwerkt, omdat uit de brief van de advocaat van Y blijkt dat Y tevreden was met de verdeling van de gemeenschap van goederen en dat zij niet pas in 2016 pensioen van hem kan vorderen. Maar mocht zij hier toch recht op hebben dan moet het pensioen van Y dat zij vóór en tijdens het huwelijk met X heeft op gebouwd ook worden verdeeld. Daarnaast geeft hij aan dat hij vóór dit huwelijk ook nog getrouwd is geweest met A van 1971 tot 1983, en dat Y geen recht heeft op deze jaren pensioenopbouw. Bovendien vindt hij dat van hem niet kan worden verlangd dat hij pensioen moet betalen aan Y over de maanden dat hij al pensioen heeft ontvangen.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank geeft aan dat uit de stukken blijkt dat er sprake is geweest van huwelijk in gemeenschap van goederen. De echtscheiding in 1991 ligt vóór de inwerkingtreding van de Wet pensioenverevening bij scheiding (WVPS d.d. 30-04-1995). Hieruit volgt dat de pensioenverdeling volgens het Boon/ Van Loon- arrest aan de orde is. Omdat nergens uit blijkt dat het pensioen op een andere wijze is verdeeld, kent de rechter aan Y de waarde toe van de aan haar toekomende aanspraken over de periode van 1983 tot aan 1991. Deze aanspraken bestaan uit de helft van het ouderdomspensioen verminderd met het volledige nabestaandenpensioen. Op basis van deze waarde moet X een percentage van zijn ouderdomspensioen uitkeren aan Y. Maar dat geldt pas vanaf 2017 en niet over de voor die datum al door X ontvangen pensioentermijnen. Het pensioen over de jaren vóór het huwelijk met Y (van 1968 tot aan 1983) kan alleen aan Y worden toegerekend als ex-echtgenote A afziet van haar recht op verdeling van de pensioenrechten. X zal hiervoor een akte moeten laten ondertekenen door A.

Voor het pensioen van Y, opgebouwd tijdens en vóór het huwelijk met X, moet een berekening worden gemaakt door haar pensioenuitvoerder. Maar omdat Y vijftien jaar jonger is dan X wordt zijn gedeelte van haar ouderdomspensioen pas uitgekeerd vanaf het moment dat Y pensioen ontvangt. De waarde van het pensioen van X wordt dus niet direct verlaagd met de waarde van het pensioen van Y. X ontvangt pas een gedeelte van het pensioen van Y, als zij pensioen ontvangt. Het is een voorwaardelijk recht.

Na 26 jaar nog steeds actueel
Ondanks dat partijen in goede verstandhouding uit elkaar gingen volgt er 26 jaar later nog een pensioenvordering. Door het niet opmaken van een convenant, waarin afspraken worden gemaakt over de verdeling van de volledige gemeenschap van goederen inclusief de pensioenrechten, ontstond vele jaren later een vervelende situatie voor de man. X is voor de derde keer getrouwd en zijn huidige echtgenote ziet haar recht op nabestaandenpensioen door deze uitspraak behoorlijk afnemen. En doordat X al de pensioenleeftijd heeft bereikt neemt ook zijn ouderdomspensioen af. In ieder geval totdat het ouderdomspensioen van Y ingaat. Daar zal X nog zeventien jaar op moeten wachten.

Hieruit blijkt ook voor een adviseur dat het belangrijk is om erachter te komen of er echtscheidingen zijn geweest en wat er precies is geregeld over het pensioen.

Ook bij echtscheidingen ná 30 april 1995 (Ingangsdatum Wet VPS) is het erg belangrijk om goede afspraken te maken over de pensioenverdeling. De ex kan namelijk op pensioen ingangsdatum alsnog zijn/haar deel vorderen als er niets op papier staat!
 


Wilt u meer weten over de pensioenverdeling?

Perry Hendrikx

Perry Hendrikx vertelt u er graag meer over.

Altijd op de hoogte?

Onze kennis delen we graag met u! Meld u hier aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.